Boomschors0000.0011

 

 Literatuur

 

- Kruyskamp, C., Van Dale, Groot woordenboek der Nederlandse taal. 's-Gravenhage (Nijhoff), 19618e druk. [2632 blz. ISBN -]. Hierin "Schors": blz. 1778 (1e betekenis: "V. (m.) (-en), buitenste bekleding van houtachtige delen van gewassen (onderscheiden van de bast, die er vlak onder ligt): de schors van beukebomen is glad, die van dennebomen is zeer ruw" - dit is de relevante tekst volledig).

- Meer, P. van der & F. Baur & P.Fr.L. Engelbregt (red.), De Katholieke Encyclopaedie, deel 21. Amsterdam (Joost van den Vondel) & Antwerpen (Standaard-Boekhandel), 1954 2e druk. [480 blz., gepagineerd in kolommen. ISBN -]. Hierin "Schors": kolom 629   (1e betekenis: "plantk[unde] (cortex) een der buitenste delen der wortels en stengels der hogere planten, die van buiten naar binnen zijn opgebouwd uit de opperhuid, de schors en de centrale cylinder (zie Stengel). In ruimere zin verstaat men onder s[chors] de buitenste laag van een boomstam of tak, die het centraal gelegen hout mantelvormig omhult. Deze boomschors ontstaat echter niet alleen uit de eigenlijke s[chors], maar ook uit de centrale cylinder. Bij de diktegroei van de stengel wordt in de centrale cylinder een cambium aangelegd, d.w.z. een dunne weefsellaag, die jaarlijks naar binnen toe een laag hout en naar buiten tegen de s[chors] een laag bast afzet. In deze bast liggen de zeefvaten, waardoor organische stoffen getransporteerd worden. Bovendien wordt daarna in de eigenlijke s[chors] een tweede cambium, het phellogeen, aangelegd, waardoor naar buiten toe kurklagen gevormd worden. De boomschors bestaat dan, van binnen naar buiten gerekend, in hoofdzaak uit een laag bast, schors en kurk. Naarmate deze boomschors echter aan de buitenkant voortdurend afschilfert, worden binnen uit het eerste phellogeen steeds weer nieuwe phellogenen aangelegd, waardoor telkens delen van de boomschors geïsoleerd worden, eerst van de eigenlijke s[chors], daarna van de bast. De boomschors kan dan tenslotte alleen nog uit kurk en bast zijn opgebouwd. Wanneer de afschilfering van de boomschors ongeveer gelijke tred houdt met de vorming van nieuwe bast door het cambium, blijft de boomschors op de zelfde dikte. (auteur: Melsen)")